Schaduw kantoorplanten
Fel zonlicht op je beeldscherm kan erg storend zijn en het werkcomfort flink verminderen. Daarom worden er vaak allerlei maatregelen genomen om de felle zon buiten te houden, zoals zonwering, jaloezieën of grote overstekken. Deze oplossingen zorgen ervoor dat er veel schaduwplekken ontstaan in het kantoor.
Hoewel deze schaduwplekken niet altijd ideaal zijn voor alle kantoorplanten, betekent dat niet dat je hoeft in te leveren op sfeer en gezondheid. Schaduwplanten zijn speciaal geschikt voor werkplekken met weinig direct zonlicht. Ze brengen leven in de ruimte en zorgen voor een gezellige, groene omgeving zelfs in de donkerste hoekjes van het kantoor.
Met de juiste planten creëer je zo een prettige en gezonde werkomgeving, waar licht en schaduw hand in hand gaan.
Zowel jaloezieën (linker afbeelding) als een overstek (rechter afbeelding) helpen om direct zonlicht te beperken. Jaloezieën filteren het invallende licht, terwijl een overstek ervoor zorgt dat de zon minder diep de ruimte binnendringt. Dit draagt bij aan een comfortabelere werkomgeving, vooral bij beeldschermgebruik. Een nadeel is dat de hoeveelheid natuurlijk licht afneemt, waardoor de keuze aan geschikte kantoorplanten beperkt blijft tot soorten die goed gedijen in de schaduw.


Waarom gaan planten met weinig licht sneller dood?
Hoewel veel mensen denken dat een gebrek aan zonlicht de grootste bedreiging vormt voor schaduwplanten, is de werkelijkheid vaak het tegenovergestelde. De grootste vijand is niet de duisternis, maar het water geven. Omdat planten op een plek met weinig licht veel minder water verdampen dan hun soortgenoten in de volle zon, hebben ze ook aanzienlijk minder vocht nodig. Wanneer er te gul wordt gegoten, blijven de wortels in een drassige bodem staan, wat al snel leidt tot verstikking en wortelrot. Voor deze categorie planten geldt dan ook de gouden regel: minder is meer.
Als je het water geven perfect onder controle hebt en de plant toch kwakkelt, dan krijgt je plant echt te weinig licht. Er bestaat een groot verschil tussen indirect licht en een pikdonkere hoek. Geen enkele plant kan overleven zonder fotosynthese. Als een plant te ver van een raam staat, krijgt hij simpelweg niet genoeg energie binnen om zijn eigen blad te onderhouden. De plant "teert dan in" op zijn reserves tot hij letterlijk op is.
Wij adviseren je graag over de meest geschikte planten voor plekken met weinig licht. Heb je een specifieke plant op het oog voor een locatie met te weinig daglicht? Dan zorgen wij met de juiste kunstverlichting dat je alsnog het gewenste groene resultaat behaalt.
Helpt ledverlichting op plaatsen met te weinig licht mijn planten?
Tegenwoordig zijn de meeste kantoren uitgerust met ledverlichting. Deze verlichting kan voldoende zijn om planten op plekken met weinig licht in leven te houden, maar er zijn belangrijke valkuilen. Zo bieden lampen met bewegingssensoren in rustige ruimtes vaak onvoldoende lichturen voor een gezonde groei. Daarnaast vormen vakantieperiodes een risico: wanneer het licht tijdens een kerstsluiting van één of twee weken volledig uitgaat, krijgen de planten (zeker in de donkere wintermaanden) een flinke klap door het plotselinge gebrek aan licht.
Wennen planten aan weinig licht?
Planten zijn veerkrachtig. Als je een plant van een zonnige plek naar een schaduwrijke plek verhuist, zal hij proberen zich aan te passen (acclimatiseren). Sommige planten maken langere stengels om met hun bladeren elk restje licht op te vangen.
Echter, er is een harde grens. Elke plant heeft een minimaal lichtniveau nodig om aan fotosynthese te doen. Zonder voldoende licht kan een plant geen energie aanmaken. Hij 'went' dan niet aan de schaduw, maar hij teert simpelweg in op zijn reserves totdat hij op is.
Wil je een plant verplaatsen naar een plek met minder licht? Doe dit dan bij voorkeur in de periode van februari tot mei. Hoewel de lichtintensiteit op de nieuwe plek lager is, wordt dit gecompenseerd door het feit dat de dagen in het voorjaar steeds langer worden. Zo krijgt de plant meer uren licht om de overgang op te vangen.
Let wel op met gevoelige soorten zoals de Ficus en Schefflera. Deze planten kunnen direct reageren met bladuitval bij een te grote verandering. Verplaats ze daarom geleidelijk: schuif de plant steeds met stapjes van maximaal één meter verder van het raam weg.




































